🇬🇧

Zakken

Auxiliary verb

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor transitief gebruik, 'zijn' voor intransitief gebruik)

zwak werkwoord (regelmatig)

'Zakken' kan zowel letterlijk (fysiek dalen) als figuurlijk (falen, bijvoorbeeld voor een examen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik zak altijd door mijn stoel als ik te hard ga zitten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij is gezakt voor zijn examen omdat hij niet genoeg had gestudeerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij zakten door de modder tijdens hun wandeling.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zak niet door je knieën als je staat!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De zakkende temperatuur maakt het buiten onaangenaam.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.