(tellen of een hoeveelheid aangeven)
Er zitten zestien leerlingen in deze klas.
De doos weegt zestien kilo.
Ik zie zestien vogels op het dak zitten.
Het boek kost zestien euro bij de winkel om de hoek.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemands leeftijd noemen)
Mijn zoon is net zestien geworden.
Op zijn zestien verhuisde hij naar Utrecht.
Toen zij zestien werd, kreeg zij een nieuwe fiets.
Mijn dochter is vorige maand zestien geworden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.