(tellen, aantallen en hoeveelheden aangeven)
Er zitten zestig leerlingen in de aula.
De doos weegt zestig kilo.
Ik heb zestig euro in mijn portemonnee.
De wedstrijd duurde zestig minuten zonder onderbreking.
In de zaal stonden zestig stoelen netjes op een rij.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemands leeftijd noemen)
Mijn vader wordt volgende week zestig.
Ze is al ruim in de zestig, maar nog erg fit.
Mijn oma is net zestig geworden en geeft een groot feest.
Veel mensen stoppen tegenwoordig pas na hun zestigste met werken.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.