(Iets meedelen wat net voor het spreken is gebeurd)
De trein is zojuist vertrokken van spoor vijf.
Ik heb het bericht zojuist op mijn telefoon gelezen.
Hij is zojuist thuisgekomen.
Mijn collega belde me zojuist op.
We hebben zojuist afgesproken om morgen samen te eten.
De directeur heeft zojuist het nieuwe beleid aangekondigd tijdens de vergadering.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.