🇬🇧

Zomer

deCommon nounA1

Singular forms

'Zomer' is een mannelijk de-woord. Je zegt dus 'de zomer' of 'een zomer', nooit 'het zomer'.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

Het meervoud is 'zomers' — je zet simpelweg een 's' achter de enkelvoudsvorm, zonder extra letter.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

verwijst vaak naar een korte, onverwachte warme periode; klinkt speels en soms een beetje ironisch

informeel

Common compounds

  • zomervakantie

    de lange schoolvakantie in de zomer

  • zomerdag

    een dag waarop het officieel boven de 25 graden wordt

  • hoogzomer

    het midden van de zomer, ruwweg juli en begin augustus

  • nazomer

    de laatste warme periode aan het einde van de zomer, in september

Common word combinations

  • warm / heet

    'warm' en 'heet' zijn verreweg de meest gebruikte bijvoeglijke naamwoorden bij 'zomer'.

  • vorige / volgende / deze

    Na 'vorige', 'volgende' of 'deze' laat je het lidwoord 'de' weg.

  • hartje

    'hartje zomer' is een vaste uitdrukking voor 'midden in de zomer'; je gebruikt 'hartje' alleen met een paar woorden (hartje winter, hartje nacht).

Important notes

  • usage:Gebruik 'in de zomer' als je het jaargetijde in het algemeen bedoelt. Voor één specifieke zomer zeg je 'vorige zomer', 'deze zomer' of 'volgende zomer' — zonder 'de'.
  • countability:Zomer is telbaar als je over verschillende jaren spreekt: 'Dit is al mijn derde zomer in Amsterdam.' Als algemeen jaargetijde gebruik je geen meervoud.
  • register:De verkleinvorm 'zomertje' hoor je vooral in informele spreektaal en verwijst meestal naar een korte warme periode buiten het hoogseizoen.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.