(een rustige zondag doorbrengen)
De zondag is traditioneel een rustdag in Nederland.
Op zondag gaan we vaak bij mijn ouders eten.
Elke zondag gaan wij samen wandelen in het bos.
Afgelopen zondag was ik in Amsterdam voor een concert.
Komende zondag vieren we mijn verjaardag met de familie.
De winkels in het centrum zijn op zondag meestal gesloten.
Op de eerste zondag van de maand is het museum gratis.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.