Attributive forms
Als je 'zwak' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het vaak naar 'zwakke'. Bijvoorbeeld: 'een zwakke stem' of 'de zwakke kant'. Voor onzijdige woorden in het enkelvoud zonder lidwoord gebruik je 'zwak': 'zwak licht'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'zwak'. Bijvoorbeeld: 'De batterij is zwak' of 'Hij wordt zwak van de honger'.
Comparative
Om te zeggen dat iets minder sterk is dan iets anders, gebruik je 'zwakker'. Bijvoorbeeld: 'Deze koffie is zwakker dan die van Starbucks'. Met 'dan' vergelijk je twee dingen: 'Zij is zwakker dan haar zus'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als iets het minst sterk is van alles, gebruik je 'zwakst' of 'zwakste'. Na 'het' gebruik je 'zwakst': 'Dit is het zwakst mogelijke signaal'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'zwakste': 'Dit is de zwakste schakel'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Zwak' kan zowel fysieke kracht als mentale of emotionele toestand beschrijven, bijvoorbeeld: 'Hij voelt zich zwak na zijn ziekte' of 'Zij heeft een zwak karakter'.
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'zwakst' gebruikt na 'het' (het zwakst) en 'zwakste' voor zelfstandige naamwoorden (de zwakste leerling).
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.