(Over iemand die moe of ziek is)
Na de operatie voelde hij zich nog erg zwak.
De oude hond is te zwak om de trap op te lopen.
Ik voel me vandaag heel zwak.
Na de griep was hij wekenlang zwakker dan normaal.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Beoordeling van werk, film of economie)
Zijn laatste film was echt zwak.
Deze leerling staat zwak in wiskunde.
De zwakste speler van het team moest eruit.
(Over licht, geluid of een signaal)
Het wifi-signaal is hier heel zwak.
Met een zwakke stem vroeg ze om water.
Het licht van de lamp werd steeds zwakker.
(Over gezondheid of een constructie)
Ze heeft een zwak hart.
De brug heeft een zwakke plek in het midden.
Opa heeft een zwakke gezondheid sinds de winter.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.