🇬🇧

Zweren

Auxiliary verb

hebben

Sterk werkwoord (met ablaut: zweer-zwoor-gezworen) en zwak werkwoord (zweerde-gezweerd). Betekenis: 1) een plechtige belofte doen, 2) zweren (van wonden).

Het werkwoord 'zweren' kan zowel letterlijk (een wond die zweren veroorzaakt) als figuurlijk (een eed afleggen) gebruikt worden. In de betekenis van 'een eed afleggen' is het vaak plechtig of formeel.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik zweer dat ik je nooit zal verlaten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gezworen om altijd eerlijk te zijn.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zweer je dat je het niet hebt gedaan?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • De wond begon te zweren na een paar dagen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij zwoeren wraak te nemen op hun vijanden.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.