🇬🇧

Zweren

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord (sterk en zwak)

'Zweren' kan zowel letterlijk (een eed afleggen) als figuurlijk (met grote zekerheid beweren) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik zweer dat ik het niet gedaan heb.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gezworen nooit meer te roken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zweer je dat je de waarheid spreekt?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Hij zwoor wraak te nemen na het onrecht dat hem was aangedaan.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zweer op je leven dat je niets zult zeggen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.