NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Hamburger
    Bijvoeglijk naamwoorduit de stad hamburg
  • 22Hamburger(de)
    Zelfstandig naamwoordinwoner van hamburg
  • 33Hamburger(de)
    Zelfstandig naamwoordbroodje met vleesschijf

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Hamburger
    Bijvoeglijk naamwoorduit de stad hamburg
  • 22Hamburger(de)
    Zelfstandig naamwoordinwoner van hamburg
  • 33Hamburger(de)
    Zelfstandig naamwoordbroodje met vleesschijf
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Hamburger
WoordenboekHamburger

Hamburger

  • Hamburger

    Bijvoeglijk naamwoord

    uit de stad hamburg

    1. Afkomstig uit de stad Hamburg of horend bij die stad.De Hamburger voetbalclub speelt vanavond een belangrijke wedstrijd.
  • deHamburger

    Zelfstandig naamwoord

    inwoner van hamburg

    1. Iemand die uit de Duitse stad Hamburg komt of daar woont.Klaus is een echte Hamburger en spreekt vaak over zijn stad.
  • dehamburger

    Zelfstandig naamwoord

    broodje met vleesschijf

    1. Een ronde schijf gebakken gehakt, meestal op een rond broodje gegeten.Een hamburger is lekker met ketchup en augurk.