Nederlands onderdompelingswoordenboek

Elk woord komt met voorbeelden, grammatica en context — zodat je leert hoe je het gebruikt, niet alleen wat het betekent.

Uitgelichte woordcategorieën

Begin hier

Essentiële woorden voor beginners

Dagelijks leven

Veelgebruikte woorden die je overal hoort

Culturele parels

Uniek Nederlandse concepten

Niveau omhoog

Breng je Nederlands verder

Grammaticagids

Elk woord heeft een grammaticatab met vervoegingen, verbuigingen en gebruikspatronen — leer de regels door woorden op te zoeken waar je nieuwsgierig naar bent.

Werkwoorden

Nederlandse werkwoordvervoegingen en -typen

Lidwoorden & geslacht

De, het en woordgeslachten

  • tafel(zelfstandig naamwoord (de-woord))
  • huis(zelfstandig naamwoord (het-woord))
  • boek(onbepaald lidwoord met het-woord)
  • man(onbepaald lidwoord met de-woord)
  • meisje(verkleinwoord (altijd het))
  • 's morgens(genitief lidwoord)

Woordvolgorde

Nederlandse zinsstructuurpatronen

  • omdat(onderschikkend voegwoord)
  • maar(nevenschikkend voegwoord)
  • dan(vergelijkend voegwoord)
  • wanneer(vraagwoord)
  • daarom(veroorzaakt inversie)
  • toch(modaal partikel)
  • dus(conclusiemarker)
  • wel(bevestigend partikel)

Bijvoeglijke naamwoorden

Bijvoeglijke uitgangen en gebruik

Voornaamwoorden

Persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden

  • ik(1e persoon enkelvoud)
  • mijn(bezittelijk)
  • zich(wederkerend)
  • die(aanwijzend (de-woord))
  • dat(aanwijzend (het-woord))
  • wie(vragend)
  • elkaar(wederkerig)

Voorzetsels

Plaats- en tijdvoorzetsels

Bijwoorden

Werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden wijzigen

Telwoorden

Hoofd- en rangtelwoorden