🇳🇱

Hulpwerkwoord

zijn

werkwoord

Movement or arrival at a destination

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • ik

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • De trein kwam precies op tijd aan.

    verleden tijd, indicative

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.