Werkwoord
Hulpwerkwoord
zijn
werkwoord
Movement or arrival at a destination
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
wij / we, jullie, zij / ze
jij / je, u
hij, zij / ze, het
ik
wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De trein kwam precies op tijd aan.
verleden tijd, indicative
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.