Woordenlijst

De meest voorkomende Nederlandse woorden, gerangschikt op hoe vaak ze in de dagelijkse taal voorkomen. Gebaseerd op het SUBTLEX-NL corpus β€” 44 miljoen woorden uit Nederlandse film- en televisieondertitels.

1–50 van 6366 woorden

Top 100 β€” de bouwstenen van het Nederlands
1ikA1n. β€” versterkte dijk
2jeA1pron. β€” your (singular)
3hetA1pron. β€” derde persoon enkelvoud
4deA1pron. β€” bepaald lidwoord
5datA1pron. β€” aanwijzend voornaamwoord
6isn. β€” essentie zijn
7eenA1n. β€” voorbeeld van een
8enB1conj. β€” en voegwoord
9watA1n. β€” een wat
10vanA2n. β€” afgeleide betekenis
11zeA1n. β€” naam van de Huns
12inA2chemisch symbool voor Indium
13maarA1v. β€” verwaarloos
14opA1prep. β€” voorzetsel van plaats
15zijnA1n. β€” essentie zijn
16meA1n. β€” versterkte dijk
17dieA1pron. β€” betrekkelijk voornaamwoord
18hebn. β€” bezit of eigendom
19metB1conj. β€” ondergeschikte voegwoord
20voorA1n. β€” een voorkant
21alsA1n. β€” afkorting voor ALS
22benn. β€” essentie zijn
23wasA1n. β€” essentie zijn
24hierA1adv. β€” op deze plek
25jijA1pron. β€” your (singular)
26naarA2conj. β€” contrast comparison
27omA2adv. β€” rondom iets heen
28mijnA2v. β€” explosieven plaatsen
29weetv. β€” toeschrijven aan iets
30danA1n. β€” muziekritme
31welA1v. β€” bovenkomen opzwellen
32kanA2n. β€” vermogen of capaciteit
33nogA1adv. β€” nog meer additioneel
34wilA1n. β€” de wens of behoefte
35moetn. β€” moetige persoon
36zoA1symbool voor zo
37aanA1prep. β€” voornaamwoordelijk
38heeftA2n. β€” bezit of eigendom
39goedA1n. β€” een goed ding
40hebbenA1n. β€” bezit of eigendom
41hoeA1adv. β€” op welke manier
42waarA1v. β€” verleden tijd van zijn
43nuA1n. β€” het actuele moment
44neeB2interj. β€” afkeuring of ontkenning
45haarA1n. β€” naam van de Huns
46gan. β€” fysieke toestand
47'tpron. β€” derde persoon enkelvoud
48bentn. β€” essentie zijn
49uitA1v. β€” uitdrukken of vertellen
50ookA1adv. β€” ook ook