Top 100 — de bouwstenen van het Nederlands
1neeinterj. — afkeuring of ontkenning 2ofconj. — of keuze of alternatief Top 500 — essentiële alledaagse woorden
6ogenv. — lichte zintuigen voor zicht 7latern. — een tijd of periode Top 1.000 — conversatiewoordenschat
8noemenv. — iemand een naam geven 12lulv. — praten zonder doel Top 5.000 — brede woordenschat
13meestpron. — overtreffende trap van 'veel'; het grootste deel 16missien. — doel van organisatie 17roepn. — een uitroep of aanklacht 21kluisv. — van financiële instellingen 22schotn. — zeilboot onderdeel 23magien. — kunst van toveren 25coachv. — begeleiden trainen 26chefn. — leidinggevende persoon 27gaven. — natuurlijk talent 30cliëntn. — persoon die dienst ontvangt 31geheugenn. — informatiesysteem in hoofd 32keizern. — heerser van een rijk 37genien. — militair ingenieurswezen 38besefv. — zich realiseren 39zichtn. — uiterlijk van iets 42despron. — derde persoon enkelvoud 43shirtn. — kledingstuk bovenlichaam 50ladingn. — vracht in voertuig