Woordenlijst

De meest voorkomende Nederlandse woorden, gerangschikt op hoe vaak ze in de dagelijkse taal voorkomen. Gebaseerd op het SUBTLEX-NL corpus β€” 44 miljoen woorden uit Nederlandse film- en televisieondertitels.

1–50 van 126 woorden

Top 100 β€” de bouwstenen van het Nederlands
1neeinterj. β€” afkeuring of ontkenning
2ofconj. β€” of keuze of alternatief
Top 500 β€” essentiΓ«le alledaagse woorden
3gezienv. β€” iets waarnemen
4wantv. β€” willen hebben
5ogenv. β€” lichte zintuigen voor zicht
6latern. β€” een tijd of periode
Top 1.000 β€” conversatiewoordenschat
7noemenv. β€” iemand een naam geven
8getrouwdadj. β€” getrouwd zijn
9geleerdadj. β€” vaardigheid opdoen
10lulv. β€” praten zonder doel
Top 5.000 β€” brede woordenschat
11aangenaamadj. β€” prettig en leuk
12roepn. β€” een uitroep of aanklacht
13kluisv. β€” van verzekeringen
14prettigeadj. β€” aangenaam en fijn
15geheugenn. β€” informatiesysteem in hoofd
16keizern. β€” heerser van een rijk
17gereedv. β€” oorzaak van iets
18zichtn. β€” uiterlijk van iets
19despron. β€” derde persoon enkelvoud
20grootsn. β€” grote persoon
21veroorlovenv. β€” to permit or allow
22inzetv. β€” iets in werking stellen
23rechtszaakn. β€” rechtsprocedures en rechtszaken
24kappenv. β€” hoed voor op hoofd
25oproepv. β€” iemand oproepen
26scholenv. β€” gaan naar scholen
27stalenn. β€” een opname met peilen
28roemn. β€” eer of bekendheid
Veelvoorkomende woorden
29aanzienv. β€” uiterlijk of aanzien
30lekkersadj. β€” smaakt goed
31gebiedenv. β€” meerdere terreinen
32roomn. β€” melk product
33stakenn. β€” een soort steek
34verenv. β€” iets verbondig maken
35vretenn. β€” eten van dieren
36scheetv. β€” proces van ontlasten
37ingenieurn. β€” technisch beroep
38berouwn. β€” gevoel van spijt
39overlevendev. β€” blijven leven
40zuidn. β€” geografische naam
41zuiverenv. β€” iets schoon maken
42wederzijdsadj. β€” van beide kanten
43krokodiln. β€” groot reptiel
44kampenv. β€” verleden tijd van kamperen
45definitien. β€” uitleg van iets
46blijkadj. β€” kleur zonder tint
47rondenv. β€” rond maken of zijn
48oogstenv. β€” plukken van gewassen
49brakenn. β€” plaats waar iets is gebeurd
50oorsprongn. β€” begin of iets