🇳🇱
hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Huis' is een zelfstandige naamwoord met het lidwoord 'het'. Gebruik 'het' voor specifiek verwijzend.

Bepaald (de/het)
het huis
"Het huis is groot."
Onbepaald (een)
een huis
"Ik heb een huis."
Zonder lidwoord
huis
"Huis en tuin zijn belangrijk."

Meervoudsvormen

In het meervoud wordt 'huis' 'huizen'. Het lidwoord verandert van 'het' naar 'de'.

Bepaald (de)
de huizen
"De huizen in de straat zijn oud."
Zonder lidwoord
huizen
"Twee huizen zijn te koop."

Verkleinwoord

huisje
"We hebben een huisje aan het meer."

Klein of schattig huis.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • huisarts

    "De huisarts heeft een praktijk in het dorp."

    family doctor

  • huiswerk

    "Hij maakt zijn huiswerk elke avond."

    homework

  • huismuis

    "Een huismuis kan snel rennen."

    house mouse

Veelgebruikte woordcombinaties

  • bouwen

    "We gaan een nieuw huis bouwen."

    Het betekent een huis maken.

  • kopen

    "Ze willen een huis kopen aan zee."

    Een huis aanschaffen.

  • verkopen

    "Het huis wordt verkocht aan een jong stel."

    Een huis aan iemand anders geven voor geld.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Huis' is telbaar, je kunt zeggen één huis, twee huizen.
  • register:Het gebruik van 'huisje' is vaak informeel en suggereert schattigheid of kleinheid.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.