Attributieve vormen
Als je zegt 'de grote hond' of 'het grote huis', gebruik je 'grote' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit is belangrijk om het bijvoeglijk naamwoord aan te passen aan het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de grote
- "De grote hond loopt buiten."
- Met onbepaald lidwoord
- een grote
- "Ik zie een grote vogel."
- Zonder lidwoord
- groot
- "Hij draagt een groot boek."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'groot': De hond is groot. Dit verandert niet, ongeacht geslacht of getal van het onderwerp.
Vergrotende trap
Om dingen te vergelijken, gebruiken we 'groter dan'. Bijvoorbeeld: Hij is groter dan zijn broer. Gebruik 'groter' als de vergrotende trap van 'groot'.
- Grondvorm
- groter
- "Deze boom is groter dan die struik."
- Met "dan"
- groter dan
- "Mijn broer is groter dan ik."
Overtreffende trap
Voor de allerbeste of allergrootste iets of iemand gebruik je 'de grootste'. Bijvoorbeeld: Zij heeft de grootste taart. Dit laat zien dat het om één in zijn soort gaat.
- Attributief
- de grootste
- "Zij heeft de grootste taart gebakken."
- Predicatief
- grootst
- "De berg is het grootst in deze regio."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het werkt ook voor onzetaalsvormen zoals 'het grote huis'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.