NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanblijft

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • aanblijven

      Werkwoord/'anblɛɪvən; 'anblɛɪvə/

      infinitief

      aanblijven

      tegenwoordige tijd

      blijf aanaanblijfblijft aanaanblijftblijven aanaanblijven

      verleden tijd

      bleef aanaanbleefbleven aanaanbleven

      tegenwoordig deelwoord

      aanblijvendaanblijvende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren