NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanbrak

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • aanbreken

      Werkwoord/'anbrekən; 'anbrekə/

      infinitief

      aanbreken

      tegenwoordige tijd

      breek aanaanbreekbreekt aanaanbreektbreken aanaanbreken

      verleden tijd

      brak aanaanbrakbraken aanaanbraken

      tegenwoordig deelwoord

      aanbrekendaanbrekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren