NEDERLANDS
🇳🇱

    Aangeplakt

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • aanplakken

      Werkwoord/'anplɑkən; 'anplɑkə/

      infinitief

      aanplakken

      tegenwoordige tijd

      plak aanaanplakplakt aanaanplaktplakken aanaanplakken

      verleden tijd

      plakte aanaanplakteplakten aanaanplakten

      tegenwoordig deelwoord

      aanplakkendaanplakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren