NEDERLANDS
🇳🇱

    Aangesneld

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • aansnellen

      Werkwoord/'ansnɛlən; 'ansnɛlə/

      infinitief

      aansnellen

      tegenwoordige tijd

      snel aanaansnelsnelt aanaansneltsnellen aanaansnellen

      verleden tijd

      snelde aanaansneldesnelden aanaansnelden

      tegenwoordig deelwoord

      aansnellendaansnellende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren