Aanhang
B2uncommonZipf 2.9
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de aanhang
Zelfstandig naamwoord/'anhɑŋ/enkelvoud
aanhangmeervoud
aanhangenaanhangen
Werkwoord/'anhɑŋən; 'anhɑŋə/infinitief
aanhangentegenwoordige tijd
hang aanaanhanghangt aanaanhangthangen aanaanhangenverleden tijd
hing aanaanhinghingen aanaanhingentegenwoordig deelwoord
aanhangendaanhangende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.