NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanleert

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • aanleren

      Werkwoord/'anlerən; 'anlerə/

      infinitief

      aanleren

      tegenwoordige tijd

      leer aanaanleerleert aanaanleertleren aanaanleren

      verleden tijd

      leerde aanaanleerdeleerden aanaanleerden

      tegenwoordig deelwoord

      aanlerendaanlerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren