Aanleg
B1commonZipf 3.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de aanleg
Zelfstandig naamwoord/'anlɛx/enkelvoud
aanlegaanleggen
Werkwoord/'anlɛɣən; 'anlɛɣə/infinitief
aanleggentegenwoordige tijd
leg aanaanleglegt aanaanlegtleggen aanaanleggenverleden tijd
legde aanaanlegdelegden aanaanlegdentegenwoordig deelwoord
aanleggendaanleggende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.