NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanliggen

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • aanliggen

      Werkwoord/'anlɪɣən; 'anlɪɣə/

      infinitief

      aanliggen

      tegenwoordige tijd

      lig aanaanligligt aanaanligtliggen aanaanliggen

      verleden tijd

      lag aanaanlaglagen aanaanlagen

      tegenwoordig deelwoord

      aanliggendaanliggende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren