NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanmaak

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • aanmaken

      Werkwoord/'anmakən; 'anmakə/

      infinitief

      aanmaken

      tegenwoordige tijd

      maak aanaanmaakmaakt aanaanmaaktmaken aanaanmaken

      verleden tijd

      maakte aanaanmaaktemaakten aanaanmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      aanmakendaanmakende
    • de aanmaak

      Zelfstandig naamwoord/'anmak/

      enkelvoud

      aanmaak

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren