Aanplant
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de aanplant
Zelfstandig naamwoord/'anplɑnt/enkelvoud
aanplantmeervoud
aanplantenaanplanten
Werkwoord/'anplɑntən; 'anplɑntə/infinitief
aanplantentegenwoordige tijd
plant aanaanplantplanten aanaanplantenverleden tijd
plantte aanaanplantteplantten aanaanplanttentegenwoordig deelwoord
aanplantendaanplantende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.