Aanrommelen
uncommonZipf 2.1
werkwoord
aanrommelen
Werkwoord/'anrɔmələn; 'anrɔmələ/infinitief
aanrommelentegenwoordige tijd
rommel aanaanrommelrommelt aanaanrommeltrommelen aanaanrommelenverleden tijd
rommelde aanaanrommelderommelden aanaanrommeldentegenwoordig deelwoord
aanrommelendaanrommelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.