NEDERLANDS
🇳🇱

    Aansleept

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • aanslepen

      Werkwoord/'anslepən; 'anslepə/

      infinitief

      aanslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep aanaansleepsleept aanaansleeptslepen aanaanslepen

      verleden tijd

      sleepte aanaansleeptesleepten aanaansleepten

      tegenwoordig deelwoord

      aanslependaanslepende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren