NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanspelen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • aanspelen

      Werkwoord/'anspelən; 'anspelə/

      infinitief

      aanspelen

      tegenwoordige tijd

      speel aanaanspeelspeelt aanaanspeeltspelen aanaanspelen

      verleden tijd

      speelde aanaanspeeldespeelden aanaanspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      aanspelendaanspelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren