NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanspringen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • aanspringen

      Werkwoord/'ansprɪŋən; 'ansprɪŋə/

      infinitief

      aanspringen

      tegenwoordige tijd

      spring aanaanspringspringt aanaanspringtspringen aanaanspringen

      verleden tijd

      sprong aanaansprongsprongen aanaansprongen

      tegenwoordig deelwoord

      aanspringendaanspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren