NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Aanstaand
    Bijvoeglijk naamwoordvolgende in tijd
  • 22Aanstaande(de)
    Zelfstandig naamwoordtoekomstige echtgenoot
  • 33Aanstaan
    Werkwoordingeschakeld zijn

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Aanstaand
    Bijvoeglijk naamwoordvolgende in tijd
  • 22Aanstaande(de)
    Zelfstandig naamwoordtoekomstige echtgenoot
  • 33Aanstaan
    Werkwoordingeschakeld zijn
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Aanstonden
WoordenboekAanstonden

Aanstonden

  • aanstaand

    Bijvoeglijk naamwoord

    volgende in tijd

    1. komend, binnenkort plaatsvindend of komend in de tijdDe aanstaande vergadering is morgen om drie uur.
    2. toekomstig, die binnenkort een bepaalde rol of functie krijgtMijn aanstaande vrouw is lerares.
  • deaanstaande

    Zelfstandig naamwoord

    toekomstige echtgenoot

    1. de persoon met wie iemand gaat trouwen of een relatie heeftMijn aanstaande kookt vanavond voor mij.
  • aanstaan

    Werkwoord

    ingeschakeld zijn

    1. ingeschakeld zijn, werken (van apparaten)De lamp staat aan in de woonkamer.
    2. bevallen, prettig gevonden worden door iemandDeze muziek staat me erg aan.
    3. iemand irriteren of tegenstaanZijn luide muziek staat me aan.

Verwante woorden

aangestaanaanstaaanstaanaanstaandaanstaandeaanstaandenaanstaandsaanstaataanstondsta aanstaan aanstaat aanstond aanstonden aan