NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanvatten

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • aanvatten

      Werkwoord/'anvɑtən; 'anvɑtə/

      infinitief

      aanvatten

      tegenwoordige tijd

      vat aanaanvatvatten aanaanvatten

      verleden tijd

      vatte aanaanvattevatten aanaanvatten

      tegenwoordig deelwoord

      aanvattendaanvattende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren