Aanvoeren
B1commonZipf 3.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord; werkwoord
de aanvoer
Zelfstandig naamwoord/'anvur/enkelvoud
aanvoermeervoud
aanvoerenaanvaren
Werkwoord/'anvarən; 'anvarə/infinitief
aanvarentegenwoordige tijd
vaar aanaanvaarvaart aanaanvaartvaren aanaanvarenverleden tijd
voer aanaanvoervoeren aanaanvoerentegenwoordig deelwoord
aanvarendaanvarendeaanvoeren
Werkwoord/'anvurən; 'anvurə/infinitief
aanvoerentegenwoordige tijd
voer aanaanvoervoert aanaanvoertvoeren aanaanvoerenverleden tijd
voerde aanaanvoerdevoerden aanaanvoerdentegenwoordig deelwoord
aanvoerendaanvoerende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.