NEDERLANDS
🇳🇱

    Aanwas

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de aanwas

      Zelfstandig naamwoord/'anwɑs/

      enkelvoud

      aanwas

      meervoud

      aanwassen
    • aanwassen

      Werkwoord/'anwɑsən; 'anwɑsə/

      infinitief

      aanwassen

      tegenwoordige tijd

      was aanaanwaswast aanaanwastwassen aanaanwassen

      verleden tijd

      wies aanaanwieswiesen aanaanwiesen

      tegenwoordig deelwoord

      aanwassendaanwassende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren