Aanwas
uncommonZipf 1.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de aanwas
Zelfstandig naamwoord/'anwɑs/enkelvoud
aanwasmeervoud
aanwassenaanwassen
Werkwoord/'anwɑsən; 'anwɑsə/infinitief
aanwassentegenwoordige tijd
was aanaanwaswast aanaanwastwassen aanaanwassenverleden tijd
wies aanaanwieswiesen aanaanwiesentegenwoordig deelwoord
aanwassendaanwassende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.