NEDERLANDS
🇳🇱

    Afbeulen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • afbeulen

      Werkwoord/'ɑvbølən; 'ɑvbølə/

      infinitief

      afbeulen

      tegenwoordige tijd

      beul afafbeulbeult afafbeultbeulen afafbeulen

      verleden tijd

      beulde afafbeuldebeulden afafbeulden

      tegenwoordig deelwoord

      afbeulendafbeulende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren