NEDERLANDS
🇳🇱

    Afbouwen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • afbouwen

      Werkwoord/'ɑvbɔuwən; 'ɑvbɔuwə/

      infinitief

      afbouwen

      tegenwoordige tijd

      bouw afafbouwbouwt afafbouwtbouwen afafbouwen

      verleden tijd

      bouwde afafbouwdebouwden afafbouwden

      tegenwoordig deelwoord

      afbouwendafbouwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren