NEDERLANDS
🇳🇱

    Afbrokkelen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • afbrokkelen

      Werkwoord/'ɑvbrɔkələn; 'ɑvbrɔkələ/

      infinitief

      afbrokkelen

      tegenwoordige tijd

      brokkel afafbrokkelbrokkelt afafbrokkeltbrokkelen afafbrokkelen

      verleden tijd

      brokkelde afafbrokkeldebrokkelden afafbrokkelden

      tegenwoordig deelwoord

      afbrokkelendafbrokkelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren