NEDERLANDS
🇳🇱

    Afdoend

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • afdoen

      Werkwoord/'ɑvdun/

      infinitief

      afdoen

      tegenwoordige tijd

      doe afafdoedoet afafdoetdoen afafdoen

      verleden tijd

      deed afafdeeddeden afafdeden

      tegenwoordig deelwoord

      afdoendafdoende
    • afdoend

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɑvdunt; ɑv'dunt/

      stellende trap

      afdoendafdoendeafdoends

      vergrotende trap

      afdoenderafdoendereafdoenders

      overtreffende trap

      afdoendstafdoendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren