NEDERLANDS
🇳🇱

    Afgebakend

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord; adjectief

    • afbakenen

      Werkwoord/'ɑvbakənən; 'ɑvbakənə/

      infinitief

      afbakenen

      tegenwoordige tijd

      baken afafbakenbakent afafbakentbakenen afafbakenen

      verleden tijd

      bakende afafbakendebakenden afafbakenden

      tegenwoordig deelwoord

      afbakenendafbakenende
    • afgebakend

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɑfxəbakənt/

      stellende trap

      afgebakendafgebakendeafgebakends

      vergrotende trap

      afgebakenderafgebakendereafgebakenders

      overtreffende trap

      afgebakendstafgebakendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren