NEDERLANDS
🇳🇱

    Afgeplakt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • afplakken

      Werkwoord/'ɑfplɑkən; 'ɑfplɑkə/

      infinitief

      afplakken

      tegenwoordige tijd

      plak afafplakplakt afafplaktplakken afafplakken

      verleden tijd

      plakte afafplakteplakten afafplakten

      tegenwoordig deelwoord

      afplakkendafplakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren