NEDERLANDS
🇳🇱

    Afgepraat

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • afpraten

      Werkwoord/'ɑfpratən; 'ɑfpratə/

      infinitief

      afpraten

      tegenwoordige tijd

      praat afafpraatpraten afafpraten

      verleden tijd

      praatte afafpraattepraatten afafpraatten

      tegenwoordig deelwoord

      afpratendafpratende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren