NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Afspreken
    Werkwoordeen afspraak maken
  • 22Afspraak(de)
    Zelfstandig naamwoordeen bepaalde afspraak

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Afspreken
    Werkwoordeen afspraak maken
  • 22Afspraak(de)
    Zelfstandig naamwoordeen bepaalde afspraak
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Afgesproken
WoordenboekAfgesproken

Afgesproken

  • afspreken

    Werkwoord

    een afspraak maken

    1. een afspraak maken met iemandIk maak een afspraak met mijn vriend.
    2. niet gehouden afspraakHij heeft zijn verplichting niet nagekomen.
    3. een plan of bedoeling bepalen met iemandWe maken een plan voor onze vakantie.
  • deafspraak

    Zelfstandig naamwoord

    een bepaalde afspraak

    1. een overeenkomst om elkaar op een bepaalde tijd te ontmoetenDe ontmoeting is gepland voor volgende week.
    2. een geplande activiteit of gebeurtenis met iemandDe activiteit begint om drie uur.
    3. de tijd waarop een ontmoeting plaatsvindtOnze afspraak is om 15 uur.
    4. het onderwerp of de kwestie die tijdens de ontmoeting besproken wordtHet onderwerp van onze vergadering is de marketingstrategie.

Verwante woorden

afspraakafspraakjeafspraakjesafsprakafsprakenafspreekafspreektafsprekeafsprekenafsprekendafsprekendesprak afspraken afspreek afspreekt afspreke afspreken af

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen