NEDERLANDS
🇳🇱

    Afgewenteld

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • afwentelen

      Werkwoord/'ɑfwɛntələn; 'ɑfwɛntələ/

      infinitief

      afwentelen

      tegenwoordige tijd

      wentel afafwentelwentelt afafwenteltwentelen afafwentelen

      verleden tijd

      wentelde afafwenteldewentelden afafwentelden

      tegenwoordig deelwoord

      afwentelendafwentelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren