NEDERLANDS
🇳🇱

    Afgezwakt

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; adjectief

    • afzwakken

      Werkwoord/'ɑfswɑkən; 'ɑfswɑkə/

      infinitief

      afzwakken

      tegenwoordige tijd

      zwak afafzwakzwakt afafzwaktzwakken afafzwakken

      verleden tijd

      zwakte afafzwaktezwakten afafzwakten

      tegenwoordig deelwoord

      afzwakkendafzwakkende
    • afgezwakt

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɑfxəzwɑkt/

      stellende trap

      afgezwaktafgezwakteafgezwakts

      vergrotende trap

      afgezwakterafgezwaktereafgezwakters

      overtreffende trap

      afgezwaktstafgezwaktste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren