NEDERLANDS
🇳🇱

    Afkoop

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • afkopen

      Werkwoord/'ɑfkopən; 'ɑfkopə/

      infinitief

      afkopen

      tegenwoordige tijd

      koop afafkoopkoopt afafkooptkopen afafkopen

      verleden tijd

      kocht afafkochtkochten afafkochten

      tegenwoordig deelwoord

      afkopendafkopende
    • de afkoop

      Zelfstandig naamwoord/'ɑfkop/

      enkelvoud

      afkoop

      meervoud

      afkopen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren