NEDERLANDS
🇳🇱

    Aflezen

    B2commonZipf 3.0

    werkwoord

    • aflezen

      Werkwoord/'ɑflezən; 'ɑflezə/

      infinitief

      aflezen

      tegenwoordige tijd

      lees afafleesleest afafleestlezen afaflezen

      verleden tijd

      las afaflaslazen afaflazen

      tegenwoordig deelwoord

      aflezendaflezende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.