NEDERLANDS
🇳🇱

    Afnokken

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • afnokken

      Werkwoord/'ɑfnɔkən; 'ɑfnɔkə/

      infinitief

      afnokken

      tegenwoordige tijd

      nok afafnoknokt afafnoktnokken afafnokken

      verleden tijd

      nokte afafnoktenokten afafnokten

      tegenwoordig deelwoord

      afnokkendafnokkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren