NEDERLANDS
🇳🇱

    Afranselde

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • afranselen

      Werkwoord/'ɑfrɑnsələn; 'ɑfrɑnsələ/

      infinitief

      afranselen

      tegenwoordige tijd

      ransel afafranselranselt afafranseltranselen afafranselen

      verleden tijd

      ranselde afafranselderanselden afafranselden

      tegenwoordig deelwoord

      afranselendafranselende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren