NEDERLANDS
🇳🇱

    Afroepen

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de afroep

      Zelfstandig naamwoord/'ɑfrup/

      enkelvoud

      afroep

      meervoud

      afroepen
    • afroepen

      Werkwoord/'ɑfrupən; 'ɑfrupə/

      infinitief

      afroepen

      tegenwoordige tijd

      roep afafroeproept afafroeptroepen afafroepen

      verleden tijd

      riep afafriepriepen afafriepen

      tegenwoordig deelwoord

      afroependafroepende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren