Afroepen
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de afroep
Zelfstandig naamwoord/'ɑfrup/enkelvoud
afroepmeervoud
afroepenafroepen
Werkwoord/'ɑfrupən; 'ɑfrupə/infinitief
afroepentegenwoordige tijd
roep afafroeproept afafroeptroepen afafroepenverleden tijd
riep afafriepriepen afafriepentegenwoordig deelwoord
afroependafroepende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.